Geen BYOD zonder Open Onderwijstoegang

Louis Hilgers (van onder andere ICTnieuws) stuurde me eerder deze week een aantal vragen over BYOD in het onderwijs. Hij werkt aan een stuk voor Kennisnet dat al eerder artikelen plaatste over BYOD en vraagt input bij verschillende mensen. Mijn naam dook in zijn Twitterfeed op (dank voor de aanbevelingen Glimlach ). Nu zit ik midden in het onderwerp ‘Bring your own device’ met een boek dat over een paar maanden uit moet komen. De vragen van Louis vormden een prima gelegenheid om eens vast te leggen hoe ik sta tegenover BYOD in het onderwijs. Niet geheel toevallig zie ik daar belangrijke raakvlakken met de campagne Open Onderwijstoegang. Simpel gezegd, scholen met een online omgeving die het installeren van gesloten webtechnologie vereist (‘slechts’ 70% van de scholen) kunnen geen BYOD-beleid voeren. Op naar de vragen en mijn antwoorden.

1.      Wat is jouw definitie van BYOD?

Ik hanteer, denk ik, een erg ruime definitie. BYOD gaat mijns inziens over het gebruik van eigen devices, applicaties en diensten (denk aan online diensten als Dropbox, Evernote, Prezi etcetera) binnen een zakelijke omgeving. Het gaat om de tools die ik als professional nodig acht om mijn werk op de best mogelijke manier uit te voeren. ‘Bring your own device’ is dan niet beperkt tot smartphones, tablets, laptops en/of desktops.

2.      Welke devices zijn in dat verband relevant voor het onderwijs?

Met de bovenstaande definitie in het achterhoofd zijn alle devices relevant. De vraag moet mijns inziens eerder zijn of alle devices even praktisch zijn voor leertaken. Een docent geeft -idealiter- aan welk resultaat hij van de leerlingen verwacht en laat het vervolgens aan de leerling over welke mix van devices, applicaties en diensten hij of zij wil gebruiken.

3.      Hoe zie je de inzet van BYOD in het onderwijs?

Twee jaar geleden hadden we de iPad niet eens op de radar en inmiddels lijkt het er op alsof we de iPad zien als een van de belangrijke tools voor het onderwijs in de (nabije) toekomst. Zo snel kan het gaan. We hebben slechts een beperkt inzicht welke technologie de komende jaren beschikbaar komt voor consumenten en welke meerwaarde dat kan hebben voor het onderwijs. Mijns inziens is het niet aan onderwijsinstellingen om één of meerdere devices tot de facto standaard uit te roepen en daar hun onderwijsprogramma op af te stemmen. Het lijkt me verstandiger een onderwijsprogramma in te richten met ruimte voor tijd-, plaats- en apparaatonafhankelijk leren. Dat heeft natuurlijk consequenties voor de ontwikkeling van digitale leermaterialen en online schoolgebouwen, want die mogen niet op voorhand specifieke devices of applicaties uitsluiten. Doe je dit, dan ben je als onderwijsinstelling klaar voor welke technologie er op je af komt en voor welk device, applicatie of dienst de leerling maar ook wenst te gebruiken. Dan pas heb je een echt ‘bring your own device’-beleid voor het onderwijs. In zo’n omgeving maakt het dan ook niet meer met welke devices een docent wil werken.

4.      Welke consequenties zie je voor het technisch beheer?

In algemene zin zie ik dat het vraagstuk van BYOD wordt teruggebracht tot: “Welke devices en applicaties gaan we wel/niet ondersteunen?”. Begrijpelijk in het licht van de beperkte middelen, maar ook onjuist. Je zal als onderwijsinstelling eerst een visie moeten hebben op het gebruik van technologie in het onderwijs, een eigen visie en niet één die door een leveranciersrelatie wordt aangereikt. Wat wil je bereiken, wat is daarvoor nodig en hoe ga je de komende jaren investeren om dat mogelijk te maken? Wat is er voor nodig om een tijd-, plaats- en apparaatonafhankelijk onderwijsprogramma in te voeren? De vraag wat dit betekent voor het netwerk, de benodigde ondersteuning, voor het beheer en onderhoud kan dan pas worden beantwoord. Zonder een duidelijke visie en richting loop je het risico dat het technisch beheer in een defensieve rol wordt gedwongen, een rol die eruit bestaat om binnen de beperkte mogelijkheden (financieel, personele capaciteit, technische mogelijkheden) zo min mogelijk ‘nee’ te verkopen aan gebruikers (zowel docenten als leerlingen) die geen ‘nee’ meer willen accepteren.

5.      Zie je consequenties m.b.t. softwarelicenties?

Op dit moment kunnen docenten, ouders en leerlingen tegen extreem lage prijzen software kopen via een van de inkoopcentrales, met kortingen van 70 tot 98% ten opzichte van de prijzen die in de winkel worden gevraagd. Dat klinkt mooi (want goedkoop), maar het zorgt er wel voor dat onderwijsinstellingen hun onderwijs gaan inrichten rond deze goedkope software. Met als gevolg dat de leerlingen straks de arbeidsmarkt op gaan met een beperkte set vaardigheden voor een beperkt aantal specifieke applicaties. Een BYOD-beleid wordt daar sterk door beïnvloed. Devices waarvan de software zeer goedkoop te verkrijgen is via de inkoopcentrales worden bevoordeeld ten opzichte van devices waarvoor de software op de normale markt aangeschaft moet worden. De markt voor softwarelicenties in het onderwijs is extreem verstoord en mijns inziens staat dat het soepel meegaan met technologische innovaties in de weg.

6.      Heb je nog een advies m.b.t. BYOD in het onderwijs?

Ik denk dat dit al in de bovenstaande vragen is beantwoord.

7.      Wat is jouw beeld van ict-inzet in het onderwijs in de nabije toekomst?

We leven in een samenleving waar informatietechnologie zeer diep is doorgedrongen in het dagelijks leven, waarbij bedrijven en overheden niet eens meer op het huidige niveau van dienstverlening kunnen functioneren zonder de inzet van informatie- en communicatietechnologie. Tegelijkertijd is er een schokkend gebrek aan inzicht in die technologie, in wat deze mogelijk en onmogelijk maakt, en zie ik nog te veel dat ICT gezien wordt als kostenpost op de begroting. De klacht die ik nu veel hoor over ICT in het onderwijs is: “Weet je wel hoe weinig geld we hebben om ….”. Ja, er wordt geld uitgegeven aan nieuwe speeltjes waarbij een veel gehoorde reactie is: “Weet je wel hoe weinig mijn collega’s weten van….”. Natuurlijk is een groep docenten goed bezig en wordt er innovatief gebruik gemaakt van ICT in het onderwijs, maar het overall beeld is minder florissant.

Persoonlijk ben ik er gecharmeerd van het model voor ‘technological literacy’ van de National Academy of Engineering en het zou goed zijn als we ICT in het onderwijs meer langs de lijnen van dat model inrichten.

Waar ik me echt zorgen over maak, is de wijze waarop onderwijsinstellingen nu nieuwe technologie uitrollen. 70% van de onderwijsinstellingen heeft een online schoolgebouw dat niet voor alle leerlingen toegankelijk is. Leerlingen die gebruik willen maken van smartphones, tablets of computers met alternatieve besturingssystemen kunnen het online schoolgebouw niet in. Leerlingen met visuele of motorische beperkingen kunnen niet met dat online schoolgebouw werken. Simpel gezegd, voor 70% van de onderwijsinstellingen is het nu al niet mogelijk een BYOD-beleid in te voeren. Het gaat jaren duren om die situatie ten gunste van BYOD te veranderen. En dat was niet nodig geweest als onderwijsinstellingen een ICT-visie hadden ontwikkeld waarbij toegankelijkheid en open standaarden centraal hadden gestaan.

Wil je een seintje krijgen wanneer het boek ‘Bring your own device. Toepassing voor werkgevers en professionals’ wordt uitgebracht? Laat dan je naam en e-mailadres achter.

Geplaatst op 24 februari 2012, in Onderwijs. Markeer de permalink als favoriet. 1 reactie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: